X Dialoog

Subject + Verb + TIME + MANNER + PLACE + verbNotesNotes
Laten we gaan!Let's go!
Hoe laat is het?Wie spat ist es?
Spreek je geen Nederlands?
Ik begrijp het nietbegreifen
Geen probleem!No problem
Ik ga. Kom jij?
Hoe heet je?What is your name?
Jij kent HAAR!HERYou know her!
Hoor je ONS?US
Wij zien JOU nietYOU
Ik hoor JE, maar ik zie JE niet.YOU
Heb je het koud?Are you cold?
Wat kost dit? How much is this?
Ja - Nee (ei)
Waar / False (fols)
Bedankt en tot ziens!
Doei! (u)Bye
Alsjeblieft (al-she-blift)Please (informal)
Alstublieft (al-stü-blift)Please.
Hoera! (u)Hurray!
Proost! (ou)Cheers!
Slaap je?
Gewoon je bek houden.RutteShut up.
Staat genoteert.Noted.
Hij slaapt misschien.He might be sleeping.
Lees je? Ja, je leest.
Eten ze geen broot?
Drinken we? Ja, we drinken.
Graag gedaan!You are welcome!
Jij bent interessant, net zoals een goed boek.zo-als!just like a
Nederlands is niet moeilijk.nu e grea
Natuurlijk!Of course
Mogelijk!possible
Moeilijk (mui)difficult
Makkelijk!easy
Belangrijkimportant
Kleurrijkcolorful
Ja, dat is moeilijk.
Het is niet moeilijk.
De jongens horen ME niet.ME
Het eten is VAN MIJ.MINEThe food is mine.
Het is ZIJN hond.HISIt is his dog.
Het paard is niet VAN MIJ.MINE
Het is ONZE kat.OUR
Jij komt niet.
Pardon! + Neem mij/me niet kwalijk.badExcuse me
Ik draag een jas, WANT het is koud.BECAUSE
We hebben honger, DUS we eten.SO / THEREFORE
Het fruit is lekker, WANT het is vers.BECAUSE
Speel JE of kook JE?
WIJ / WE hebben dorst, maar wij hebben geen water.
Het is koud, dus ik draag een trui.Sweater
Heeft IEDEREEN een bord?
Eet MEN zout?Does ONE eat salt?
JOUW hond eet ALLES.
MEN spreekt geen Engels.ONE does not speak English.
Hoor je ENKELE koeien?A FEW cows
Bij voorbeeld...For example
Will je HEN?THEM
Ken ik JOU (au) / JULLIE?YOU
Ik ken JE niet.YOU
Ik eet ZE.THEM
Zie je ME?ME
Ik zie HEN niet.THEM
Ze kent ME niet.ME
Hoor je ONS?US
Wij zien JOU nietYOU
Welkom!
Goedemorgen allemaal!everybody
Dat eet men niet.One does not eat that.
Gaat alles goed?Is everything going well?
Nee, dat is niet genoeg.No, that is not enough.
Je eet niet veel aardbeien.You do not eat many strawberries.
Wij koken iets.something
Wij drinken weinig bier.
Kent IEMAND de jongen?anyone
Meneer, ik zie ze niet.them
U wilt een menu.YOU WOULD LIKE TO HAVE e menu.
Nee, dank u.
Dank u wel, meneer.
Hij is een vriend van mij.
De baby is het kind van haar zus.
Ik ben familie van de vrouw.I am related to the woman.
Het huis van mijn ouders is klein.
De vader hoort zijn dochter niet.
De vader van het meisje is een slechte man.
Ons huisdier is een kat.
De broer van de lange man is ook lang.
Is zij jouw moeder?
JE BENT MISSCHIEN een eend. / MISSCHIEN BEN JE een eend.You might be a duck.
We zien hem daar.
Jij kookt misschien niet. / Misschien KOOK jij niet.You might not be cooking.
Maybe you are not cooking.
Hij is daar.
Ik ben hier.
Zijn tas is daar.
Het glas is NU leeg.
JE eet SOMS vlees. / SOMS eet JE vlees.
Iedereen drinkt SOMS water. / SOMS drinkt iedereen water.
Nee, zwart!
bij voorbeeldzum Beispiel
Een fles coca-cola
Een glas met ijs
Is HET dag of nacht? HET is nacht.
Zijn ER vogels op het ijs? Ja, ER zijn vogels op het ijs.ES
Is ER een rots in de grote plas? Ja, ER is een rots in de grote plas.ES
Is HET zomer? Nee, HET is winter.
Is HET lente? Nee, HET is zomer.
Jullie zijn mensen!
Zij drinken thee, maar ik niet.
Ik ben een man en jij ook.
Ze spreekt Nederlands en ook Engels
Ik less en zij leest ook.
Heb je het koud?Are you cold?
Zij drinkt dure wijn.
Zie je de vogels of hoor je ze?
We hebben honger, DUS we eten.SO / THEREFORE
Ik draag een jas, WANT het is koud.BECAUSE
Ik draag een pak, DUS ik draag geen rok.SO
WIJ / WE hebben dorst, maar wij hebben geen water.
Het is koud, dus ik draag een trui.sweater
Het hert wil WAT waterSOME
Eet MEN zout?Does ONE eat salt?
Hoor je ENKELE koeienA FEW cows
MEN spreekt geen Engels.ONE does not speak English.
JOUW hond eet ALLES.
De WEINIGE interessante boeken zijn duur.
Hij is de ENIGE jongenthe only boy
Het is mijn ENIGE jurkmy only dress
Jij wilt slapen.
IEDERE jongen draagt een hoed.
Ik kook het niet.
Ik lees een boek, maar het is niet interessant.
Komen jullie of gaan jullie?
Ze drinkt water, want ze heeft dorst.
We hebben honger, dus we eten.
Hij eet, want hij heeft honger.
Haar kaas is mijn kaas.
De kat drinkt zijn water.
Ik heb jullie boeken.
Hij heeft onze hond.
Ik heb een korte naam.
Het is jouw boek.
Is je naam Saskia?
Hij leest alle goedkope boeken.
Meneer, ik zie ZE niet.THEM
Heeft u uw jas?Sir, do you have your coat?
De belangrijke mevrouw is lang.The important woman is tall.
Sorry, maar u draagt mijn hoed.
Mijn moeder heeft een nieuwe man.
Hebben jullie / Heb je BROERS of ZUSSEN?
Geen huisdieren!
HEEFT U een hond, mevrouw?
Ze slapen NU. / NU slapen ze.
Jouw thee is hier. Hier is jouw thee.
We zien HEM daar.him
Jouw sokken zijn hier. / Hier zijn jouw sokken.
HIJ draagt NU geen hoed. / NU draagt HIJ geen hoed.

Hij draagt geen hoed NU. (?)
Hij is daar. / Daar is hij.
NU hoort DE MEVROUW ons. / De mevrouw hoort ons NU. (?)
SOMS zie je mij. / Je ziet mij SOMS.sometimes
Hier is ze. / Ze is hier.Here she is!
She is here.
Ik eet NU iets.
Vrolijk kerstfeest!Merry Christmas!
Gelukkig Kerstfeest!Merry Christmas!
Prettig Sinterklaasfeest!Pleasant Saint Nicholas
Prettige Sinterklaas!Pleasant
Prettige (pretîhî) dag! Fijne dag!Have a nice day!
Eet je onze soep?
Hun borden zijn leeg.
Jouw jongen swemt
Hij heeft een lange naam.
Het is jouw boek
Ik heb een korte naam
Elk boek van haar is goed.
De jongen kookt elke maaltijd.The boy is cooking every meal
Elk hemd is schoon.Each shirt is clean.
Het kind wil iets.The child wants something.
Elke schoen is groot.Every shoe is big.
Ik heb VELE boeken.I have many books.
Het is een jong gezin.
De baby's slapen niet.
Is ze jouw moeder?
Zijn hoed heeft een interessante kleur.
Hij heeft enkele rode vogels
Maar ik heb geen oranje vlag.
De hond ziet geen kleuren
Wij hebben een kleuRRijke vlag.
Het zijn paarse klompen.They are purple clogs.
Ik zie een geel paard.
Is het donker?Is it dark?
NAAST het huis spelen kinderenNEXT TO
We drinken bier NA het avondeten.AFTER
Ik ga niet VANWEGE de hondBECAUSE OF
Nee, ik speel niet TEGEN jullie.No, i am not playing AGAINST you.
Het jonge meisje loopt DOOR het huis.The young girl walks THROUGH the house.
Het meisje woont NAAST ons.NEXT TO us
Hij eet een maaltijd ZONDER vleesWITHOUT meat
Wij zwemmen DOOR het waterTHROUGH the water
De melk is ACHTER de kaas.BEHIND
Hij is met haar.
Ik ben ACHTER je.
Wij wonen niet in Nederland.
We drinken wijn MET HET avondeten.with dinner
Hoor ik een vraag?Do I hear a question?
Wie DOET dat?Who does that?
Hoeveel broers en zussen heb je?how many
Op WIENS paard?On WHOSE horse?
HOE kent u haar?How do you know her?
HOE duur is het ondergoed?How expensive is the underwear?
En wanneer?And when?
Ik stel de vraag niet.I do not ask the question.
Wanneer krijg ik nieuwe schoenen?When do I get new shoes?
Haar moeder stelt haar een vraag.Her mother asks her a question.
Zij fietsen door Nederland
Het paard gebruikt zijn staart.The horse is using his tail.
Hij wil niet fietsen zonder zijn moeder.He does not want to bike without his mother.
De hond fietst.The dog bikes.
Nu WORDT het donker.Now it is getting dark.
Zoek je mij?Are you looking for me?
We gebruiken geen peper.We do not use pepper.
Ze HOUDT VAN iedere vogel.She loves every bird.
Hij gebruikt de schoen.He is using the shoe.
HOUDT je VAN jurken?Do you like dresses?
Misschien weet jij dat.Maybe you know that.
Het regent.It rains.
Ik fiets NAAR uw / jouw kinderen.I am cycling TO your children.
Hij WORDT vader.He is becoming a father.
Vijf, vier, drie, twee, éénfive, four, three, two, one
De jongen heeft ZES PAAR schoenen.The boy has SIX PAIRS OF shoes.
Dat is jouw ACHTSTE glas melk.your eighth glass of milk
Negen komt NA acht.AFTER
Ja, ik wil een TWEEDE glas wijn.Yes, I want a second glass of wine.
Twee olifanten tegen één beer.
Hij kent ZEVEN menu's.
MEER vrouwen, MINDER mannen.MORE / FEWER
Ik ben de ZESDE zoon.the sixth son
ELF tegen DERTIENeleven against thirteen
Jij kent mijn hond.
Zonder geluk vaart niemand wel.Spreekwoorden & Zegswijzen
Is wit een kleur, of niet?or not
Alles is blauw!
Ik heb geen blauwe kaas.
Ze geeft de kleren AAN haar zus.
Een muis TUSSEN de katente midden vanAMONG
Tijdens het middageten of tijdens het ontbijt?
Ik kom uit België.I am from Belgium
Het is VOOR JOU.Is is FOR YOU.
Ik krijg de krant VAN HEM.FROM HIM
Ze stelt SOMS goede vragen.
HOE schrijf je dat?HOW do you write that?
WIE gaat naar België?WHO is going to Belgium?
Sommige vragen hebben geen antwoord.Some questions do not have AN answer.
Hoeveel vragen heeft u?
Hij heeft veel vragen OVER het menu.ABOUT
Ik wil geen moeilijke vragen.difficult
En wanneer?And when?
Ik wil een antwoord!
Wij zeggen het. Ik zeg het.We say it.
Ik denk het wel!I think so!
jullie hebben geen boeken nodig.
Iemand heeft iets nodig.Somebody needs something.
De jongens hebben je niet nodig.The boys do not need you.
Zij vindt de schoenen leuk.
Zij heeft ons nodig.
Hij heet Jasper en zij heet Roos.
We kopen veel vlees en kaas van het meisje.
Mijn dochter heet Ana.
De jongen zegt iets.
Hij zegt ons welterusten
VEERTIEN is minder dan VIJFTIENFOURTEEN is less than FIVETEEN
De oude man drinkt TE VEEL (i) bier.
De HOEVEELHEIT water is belangrijkthe AMOUNT of
Ik heb een kleine hoeveelheit kaas
De hond eet mijn laatste aardbei.my last
een grote hoeveelheit boekena large amount of books
Zij eet een derde ai.
Jij drinkt te veel koffie.
Twintig eenden zwemmen in het water.
Weet jij of het nu regent?Do you know if it is raining now?
Wij werken, TOTDAT wij zwak zijn.We work UNTIL we are weak.
De zoon wil geen eten, TENZIJ zijn moeder HET KOOKT.The son does not want food, unless his mother COOKS IT.
Hij weet niet of het rood is.He does not know if it is red.
We eten totdat onze borden leeg zijn.
De zoon gaat ALS zijn vader gaat.IF
Wanneer het koud is, draagt zij een jas.
ALS het regent, dan zem ik niet.IF it rains, then I do not swim.
De banaan is ons ENIGE eten.our ONLY food
Geen ENKEL kind hoort het schaap.NOT A SINGLE
Iemand kookt vis.Someone is cooking fish.
Is het genoeg?Is it enough?
Hij kookt allerlei lekker eten.
HEB JE broers of zussen?
Ik draag SOMS donkere kleuren.
Ze drinkt wijn UIT een GROOT glas.
Hij heeft geen jas AAN.
Misschien geeft hij het boek AAN JOU.
Het antwoord van het kind is GOED.CORRECT
Wat DOE je?What are you doing?
Niet IEDER DIER heeft een staart.
IEDERE JONGEN draagt een hoed.
IEDER PAK is duur.
ELK PAK is van mij.
Het is HIER koud.
Daar BEN je!
NU is het glass leeg.
Dag! U spreekt met Roos.Hello. You are speaking to Roos.
Wij gaan niet naar Nederland.
Achter ONS HUIS, woont een uil.
Ik wil een boterham zonder ei, alsjeblieft.
Met mij gaat HET goed, bedankt.I am fine.
Wanneer is HET avondeten?
Wie woont in de grote huizen?
Met wie spreek ik?
Wanneer DOEN ZE dat?they!
HOE DOET jouw kind dat?HOW DOES your kid DO that?
WIENS broek is dat?WHOSE
WAT DOET zij zonder mij?What is she doing without me?
HOEVEEL gele jurken heeft hij?
HOEVEEL vragen HEB JE? / heeft u
Met WELK KIND speelt ze?
Welke katten zijn HET?Which cats are they?
Ze zeggen ja TEGEN MIJ.They tell me yes.
Hij leert de namen van alle vogels.
We hebben eten en water nodig.We need
Zij vinden het boek leuk.
Mijn ouders VINDEN VOGELS interessant.
Men zegt dat niet!One does not say that.
Ik heb weinig eten nodig.I do not need much food.
Het kleine meisje heeft hen nodig.
Zij helpen haar niet.
Ik wil veel meer dan dat.
Het dertiende boek is nieuw.the thirteenth
Ik ga ALS jij gaat.IF
Ik zeg mijn naam, zodat je weet wie ik ben.
HOEWEL het niet koud is draagt zij een jas.EVEN THOUGH it is not cold, she wears a coat.
Ze drinkt sap wanneer ze dorst heeft.
Zij doet dat ZODRA hij slaapt.as soon as
Het boek is duur, omdat het oud is.
Ik koop de schoenen TENZIJ ze te duur zijn.unless
Ik draag een jas totdat ik het warm heb.
Wanneer het koud is, draagt zij een jas.
Hij LEGT het boek op de tafel.lays
Het ei van de kip LIGT in het park.IS
PUT
Op de doos STAAT een lang woord.There is a long word on the box.
In Amster-dam LIGT een groot park.IS
Waar ZETTEN we de dozen?PUT
Het belangrijke woord STAAT in elke krant.IS
Daar LIGGEN de dekens.IS / ARE
Mijn sokken ZITTEN in mijn schoenen.IS / ARE
De bananen ZITTEN in de mand van mijn moeder.IS / ARE
Op het witte papier STAAT één woord.IS
Ik STOP de verse groente in de mand.PUT
Het ZIT niet in de mand.IS
De appels ZITTEN in jouw tas.IS / ARE
In de dozen ZIT fruit.IS
Mijn auto STAAT naast de boom.IS
Oké, heeft iedereen EEN PAARS HEMD?
Het hemd is blauw, dus ik draag het niet.
Geen rode kleren, alsjeblieft.
Mijn schoenen zijn niet roze.
Ik draag een groene jas.
Mijn sinaasappel is niet oranje.
De kleuren van de vlag zijn zwart, rood en geel.
De kleuren van de schoen zijn paars een roze.
Wij eten haar oranje krab.
Ik zie geen roze olifant.
Het huis is donker.
Is de appel groen?
Ik heb het niet bij me.I do not have it with me.
JIJ KRIJGT de katten van mij.You get the cats from me.
Ze zwemmen niet VANWEGE het koude water.because of the cold water
Goedemorgen, wilt u een ei BIJ uw ontbijt?WITH
Het konijn KOMT UIT de hoed.comes out of the
Na de soep eten ze rijst.
Wat ziet zij?